Heemkundereis naar Merkplas en Hoogstraten
Op ontdekkingstocht langs het erfgoed van Merksplas en Hoogstraten
Vrijdag 18 september 2026
De voorbereiding: Een blik over de grens
De reiscommissie liet er dit jaar geen gras over groeien. Ruim op tijd startten de voorbereidingen voor onze jaarlijkse heemkundereis. Na het afwegen van verschillende mooie opties viel de keuze definitief op een programma bij onze zuiderburen. Een combinatie van het landlopersverleden in de Koloniën van Weldadigheid te Merksplas en het rijke, middeleeuwse religieuze erfgoed van Hoogstraten.
De uitnodigingen werden verstuurd en het afwachten begon. Hoewel negentien van onze trouwe, ‘vaste’ deelnemers tot hun grote spijt en wegens begrijpelijke redenen moesten afhaken, mochten we alsnog 30 reizigers verwelkomen voor de dagtocht. Omdat er ook de mogelijkheid was om enkel aan te schuiven voor het diner, groeide de groep voor de avond uit tot maar liefst 45 eters. Een mooi aantal dat garant stond voor een gezellige afsluiting.
Het vertrek: Waar gaan we nu eigenlijk naar toe?
Op de ochtend van vrijdag 18 september stond iedereen keurig op tijd paraat. Om kwart over acht start de chauffeur de touringcar en zet vol goede moed koers richting… Rotterdam! Tenminste dat zegt hij.
Het was te danken aan Jacques Willemse, lid van de reiscommissie, dat we toch voor een andere bestemming kozen, namelijk Merksplas. De oorzaak van de lichte verwarring? Jan Vermeeren had per abuis de offerte voor de alternatieve bestemming (Rotterdam) ondertekend en teruggestuurd naar de busonderneming. Gelukkig bleek dit voor de chauffeur geen probleem, we vertrokken richting België en de juiste papieren werden onderweg simpelweg opgepikt. Aangezien de afstand naar beide bestemmingen nagenoeg gelijk was, kwamen we alsnog perfect op schema te liggen.
De Koloniën van Weldadigheid in Merksplas
Na een voorspoedige rit, waarbij de lichte miezer plaatsmaakte voor een aangenaam najaarszonnetje, arriveerden we rond half tien bij het indrukwekkende Bezoekerscentrum van Merksplas. De historische gebouwen lagen er exact zo prachtig bij als de foto’s op de uitnodiging al hadden beloofd; voor velen een aangename eerste kennismaking met deze bijzondere plek.
Binnen werden we hartelijk ontvangen met koffie en een koekje. De toon was gezet. Omdat de reiscommissie de deelnemers vooraf al in twee groepen had verdeeld, konden we meteen van start gaan. Twee gidsen stonden klaar om ons rond te leiden over de Grote Hoeve, een monumentaal complex dat met recht is uitgeroepen tot UNESCO-werelderfgoed.
De architectuur van de Grote Hoeve
Voordat we de gebouwen van dichtbij bekeken, schetsten de gidsen de indrukwekkende achtergrond van dit reusachtige boerderijcomplex. De Grote Hoeve bestaat uit maar liefst veertien gebouwen en werd in 1880 opgetrokken in de stijl van de kloosterarchitectuur. Dit betekent: lange, imposante gebouwen die strak rond een groot, rechthoekig plein met een centrale vijver zijn gesitueerd. Stap voor stap wordt het complex nu zorgvuldig gerestaureerd, waarbij de gebouwen een nieuw leven krijgen als bezoekerscentrum, brasserie, fietsverhuurpunt en hotel.
Het bezoekerscentrum
Onze rondleiding begon in het bezoekerscentrum zelf, gevestigd in de voormalige Varkensstal van de hoeve. Aan de hand van een uitgebreide presentatie, ondersteund door virtuele beelden, kregen we een beeld van het ontstaan en de sociale geschiedenis van de Koloniën van Weldadigheid. Een verhaal over armoedebestrijding en het harde leven van de landlopers in vroeger tijden.
De wandeling buiten
Met prachtig najaarsweer volgden we de gidsen vervolgens naar buiten voor een uitgebreide wandeling over het uitgestrekte terrein, waarbij we het ene na het andere historische gebouw passeerden:
De Open Hooischuren: Vroeger gebruikt voor de opslag van hooi en stro, maar na een grondige restauratie tegenwoordig in gebruik als een sfeervolle locatie voor feesten en evenementen.
De Quarantainestal: De plek waar destijds nieuwe paarden, ossen, varkens, koeien en schapen veertig dagen lang in isolatie moesten verblijven om ziektes te voorkomen.
De Paardenstallen: In Paardenstal Noord zijn tegenwoordig zes B&B-kamers ondergebracht, terwijl Paardenstal Zuid nu dienstdoet als fietsverhuurpunt en vergaderlocatie.
De Landloperskapel: Een monumentale kapel die perfect aansluit bij de rest van de koloniearchitectuur. Tegenwoordig is het een evenementenlocatie; tijdens ons bezoek was men juist druk bezig met de voorbereidingen voor een feest. De gids wees ons op de opvallende lichtstraat in de nok, die voor een verrassende lichtinval zorgt. Bijzonder is dat deze kapel niet – zoals gebruikelijk – naar het oosten is georiënteerd, maar naar het westen. Dit was een bewuste keuze, zodat de landlopers destijds via de kortste, rechte weg van hun slaappaviljoenen naar de mis konden wandelen.
De School: De voormalige school voor de kinderen van het koloniepersoneel herbergt tegenwoordig de kantoren van Bouwmaatschappij De Noorderkempen.
De Cipierswoningen: Destijds woonde bijna al het personeel, inclusief de cipiers die de landlopers bewaakten, op het terrein van de kolonie zelf. Aan de omvang van het huis kon je destijds de exacte rang van de bewoner aflezen. De gidsen vertelden dat deze karakteristieke woningen na lange leegstand dreigden te verkrotten, maar dat er in 2017 een duurzame oplossing is gevonden. Bouwmaatschappij De Noorderkempen heeft elf van deze panden voor 99 jaar in erfpacht uitgegeven aan particulieren (vooral jonge alleenstaanden en gezinnen uit de regio). Omdat het beschermd bouwkundig erfgoed betreft, moesten de historische gevels en de authentieke uitstraling van het ‘justitiedorp’ strikt behouden blijven, maar vanbinnen zijn de woningen door de nieuwe bewoners prachtig gemoderniseerd.
Tijdens de wandeling passeerden we ook de huidige gevangenis en het centrum voor illegalen. Vanwege de privacy en veiligheid mochten we hier uiteraard niet naar binnen en de gidsen verzochten ons vriendelijk doch dringend om hier geen foto’s van te maken.
Over de overige gebouwen, zoals het Woonstalhuis Noord en de Koeienstallen, kregen we te horen dat deze momenteel nog niet toegankelijk zijn. Net als de Aardappelkelders en de Quarantainestal zullen zij na een geplande restauratie op korte termijn een nieuwe functie krijgen.
Een welverdiende lunch
Na een boeiende ochtend was het tijd voor de lunch. We bedankten onze gidsen en begaven ons naar Brasserie ‘Colonie7’, gevestigd in het voormalige Woonstalhuis Zuid. Hier stond een heerlijk ’12-uurtje’ voor ons klaar: een soepje vooraf, een uitsmijter met ham en kaas, een vleeskroket en een frisse aardappelsalade. Met alle vooraf doorgegeven dieetwensen was keurig rekening gehouden.
Met een goedgevulde maag en vol nieuwe indrukken stapten we na deze prima lunch snel weer de bus in. Op naar Hoogstraten, waar de ‘Kathedraal van de Kempen’ en het historische Begijnhof op ons wachtten!
Het bezoek aan Hoogstraten
Om 14.00 uur verzamelden we bij het gemeentehuis van Hoogstraten, waar twee gidsen ons opwachtten. Groep 1 vertrok richting het Begijnhof (UNESCO-werelderfgoed), terwijl groep 2 startte bij de Sint-Katharinakerk.
De gidsen begonnen hun verhaal over het Begijnhof bij de entree met het beeld van De Begijn. Dit is in 1999 gemaakt door de lokale kunstenaar Jef Martens ter viering van de restauratie van het Begijnhof. Afhankelijk van waar je staat, lijkt de begijn het hof in óf uit te lopen.
Daarna vertelde de gids de geschiedenis van deze plek, die al in een stichtingsoorkonde uit 1380 wordt genoemd:
Na vier zware branden in de zestiende eeuw kreeg het hof in de zeventiende eeuw haar huidige vorm. Tijdens die bloeiperiode woonden er maar liefst 160 begijnen. In 1972 vertrok het laatste begijntje definitief.
In de middeleeuwen ontstond door religieuze armoedebewegingen de begijnenbeweging, maar ook door een “vrouwenoverschot” en sociale redenen, zoals een ontoereikende bruidsschat. Begijnen waren ongehuwde vrouwen of weduwen die in hun eigen onderhoud konden voorzien. Anders dan kloosterzusters legden zij geen eeuwige geloften of een gelofte van armoede af; ze mochten het hof altijd verlaten om te trouwen. Hierdoor bestond er een groot standenverschil op het hof, dat bovendien opvallend democratisch werd bestuurd.
Het Begijnhof van Hoogstraten is een buitenbeentje: het is het enige ‘dubbelpleinbegijnhof’ met een landelijk karakter, ook wel een boerenbegijnhof genoemd vanwege de ruimte voor landbouw en dieren. De rode bakstenen huisjes werden vroeger witgekalkt om verbouwingssporen te verbergen.
Begin jaren ’90 was het hof sterk verwaarloosd. Dankzij de lokale gemeenschap (verenigd in Het Convent) en dus niet vanuit de overheid, werd het complex gered en vakkundig gerestaureerd. Historische elementen bleven behouden, terwijl de woningen modern wooncomfort kregen voor de huidige erfpachters. Deze unieke aanpak leverde zelfs internationale prijzen op.
Tijdens de rondwandeling langs de huisjes – met luidruchtige begeleiding van trefbal spelende schooljeugd op de achtergrond – hoorden we de vele verhalen achter de gevels. We sloten de tour af bij de sobere, bakstenen Begijnhofkerk (1680-1687), die vanbinnen verraste met een prachtig, rijk barokinterieur.
Hierna wisselden we van locatie en vertrokken we naar de Sint-Katharinakerk voor het tweede deel van ons middagprogramma. De gids stond al te wachten.
De Sint-Katharinakerk van Hoogstraten: Eeuwen van kunst, devotie en veerkracht
De monumentale Sint-Katharinakerk staat op de plek waar ooit een kleine romaanse kerk verrees. Na een verwoestende brand in 1442 kreeg de kerk in de 13e en 14e eeuw haar definitieve vorm in gotische stijl. De bouw van de huidige kerk startte in 1525 onder impuls van het eerste gravenpaar van Hoogstraten.
Wat de gids ons onder meer vertelde.
Oorlogsgeweld en naoorlogse wederopbouw
Daags voor de bevrijding op 23 oktober 1944 blies het Duitse leger de net vierhonderd jaar oude kerktoren op om te voorkomen dat deze als geallieerde uitkijkpost zou dienen. De toren verwoestte in zijn val de middenbeuk en het stadhuis. Slechts het koor, een deel van de kruisbeuk, de bogen en de zuilen bleven overeind. Kort daarna, op 29 maart 1945, trof een V1-bom ook nog het hoogkoor.
De kerk werd naar het originele plan heropgebouwd, waarbij voor een modern betonnen dakgebinte werd gekozen. Op 1 juni 1958 waren de werken voltooid. De naoorlogse materiaalkwaliteit bleek achteraf echter matig: vanaf 2000 zorgden betonrot en vallende stenen voor gevaar, waarna in 2009 werd ontdekt dat de toren begon scheef te zakken. Een grootschalig restauratieproject (2017–2026) heeft de toren inmiddels weer gestabiliseerd en in volle glorie hersteld.
Patroonheilige en rijke interieurschatten
Wanneer de kerk precies werd gewijd aan Catharina van Alexandrië is onbekend. Haar verering werd door kruisvaarders meegebracht uit het Oosten en haar naamdag valt op 25 november. In Hoogstraten schrijft men ‘Katharina’ bewust met een K, afgeleid van het Griekse katharós (rein/zuiver). Haar kerk herbergt enkele unieke cultuurhistorische schatten:
Het koorgestoelte: Naast een klein 15e-eeuws gestoelte bezit de kerk een groot laatgotisch gestoelte. Naast heiligen en apostelen ook met volkswijsheden en heidense taferelen in het hout. Dit is een van de laatste koorbanken waarin dergelijke figuratieve fantasie werd toegestaan, voordat het Concilie van Trente dit in 1563 verbood.
Grafmonumenten: De kerk herbergt het marmeren praalgraf van de eerste graven Antoon I van Lalaing en Elisabeth van Culemborg (1527–1529, door Jehan Mone). Daarnaast sieren een barok praalgraf voor militair Karel Florentijn van Salm en een marmeren monument voor zijn kleinzoon Niklaas-Leopold van Salm-Salm het interieur.
Wandtapijten: Vijf zeldzame wandtapijten uit de jaren 1540 tonen de patroonheiligen van het stichters-gravenpaar. Het best bewaard is het wandtapijt van Elisabeth van Hongarije (negen taferelen gescheiden door zuilen). Twee andere tonen Antonius van Egypte, waarvan er één zwaar beschadigd op de kerkzolder werd teruggevonden.
Vlaamse Primitief: Een absolute trekpleister is een 15e-eeuws meesterwerk van een onbekende schilder, dat scènes uit het leven van Sint-Jozef uitbeeldt (Vlaamse Meesters in Situ).
De glasramen
Het oudste glasraam dateert uit 1528. Boven het hoofdaltaar prijken zeven indrukwekkende ramen uit 1531–1533 die de zeven sacramenten verbeelden.
Dat vijftien historische glasramen nog bestaan, is te danken aan een tijdige reddingsoperatie in 1941: ze werden destijds veilig opgeborgen in de grafkelder van het geslacht Van Salm-Salm en konden in 1952 worden teruggeplaatst. Zestien niet-verwijderde glasramen (waaronder het grote raam in de zuidelijke zijbeuk) gingen tijdens de explosies in 1944 verloren.
In de decennia daarna werd de leegte artistiek opgevuld door reconstructie van het vernielde raam “De Besnijdenis van Jezus” en twaalf ramen met parabels en mirakels. Het “Lam Gods”-raam boven het portaal, dat refereert aan het bekende meesterwerk van de gebroeders Van Eyck en de eucharistische Heilig-Bloedverering is ook van deze periode. Het meest recente raam is “Laat de Engelen zingen”, is in 2004 geplaatst.
Het Heilig Bloedwonder van Hoogstraten
De Sint-Katharinakerk is tevens de thuishaven van de Boxtelse Heilig-Bloeddoeken. Dit wonder draait om een historische gebeurtenis waarbij priester Eligius van den Aker witte miswijn morste op het altaardoek, waarna de vlek direct bloedrood kleurde. Om de relikwieën na de Vrede van Münster te beschermen tegen de protestantse Reformatie in Nederland, werden de doeken via Antwerpen naar het veilige Hoogstraten gesmokkeld, waar ze op 20 mei 1652 arriveerden.
Pauselijke toestemming volgde om op de eerste en tweede zondag na Pinksteren een processie te houden.
Dit was het einde van de rondleiding in de kerk.
Het was voor iedereen een vermoeiende dag met lange wandelingen en vele indrukken. Meerdere deelnemers konden bijna niet meer ‘tuffen’.
We gingen ‘aon ruis’.
Buffet In de Drie Snoeken
In de Drie Snoeken stond ons het buffet te wachten. De dorst kon al wel gelest worden maar voordat we gingen eten, moest eerst nog iets anders gebeuren.
Huldiging Piet Peeters: Piet Peeters hoort tot de heemmannen van het eerste uur en heeft vele verdiensten voor de Heemkundekring gehad. Het bestuur vond het daarom op zijn plaats hem tot erelid te benoemen.
De voorzitter Karel Bartelen sprak hem uitgebreid toe waarbij hij de verdiensten (zie onze website) van Piet benoemde. Hierna ontving Piet zijn oorkonde als erelid.
Eerst hierna kon iedereen gaan genieten van het buffet. Uiteraard met één of meerdere drankjes erbij. Een gezellige avond volgde.
Volgens de reacties was het een geslaagde dag!
Recente reacties