Geschiedenis Oud en Nieuw Gastel 1281 tot 1290

1281 Wat gebeurde er landelijk:

Bisschop Jan van Utrecht wendt de kruistochtbelastingen aan om de Hollandse hulp te vergoeden, maar de aartsbisschop van Keulen, Siegfried van Westerburg, grijpt in en excommuniceert (het in de kerkban doen van een persoon) zowel hem als graaf Floris V van Holland.

Graaf Gwijde van Dampierre probeert al jaren de grote Vlaamse steden onder zijn controle te brengen, maar slaagt hierin maar gedeeltelijk. Door dit beleid wekt verzet op in diverse steden dat zich uit in de Brugse opstand ‘de grote Moerlemaaie’.

Aartsbischop van Keulen Siegfried van Westerburg.

Aartsbischop van Keulen Siegfried van Westerburg.

 

Regerend vorst van Brabant is Hertog Jan I van Brabant (1254-1294) Jan I kwam in 1267 aan de macht in plaats van zijn oudere broer Hendrik die zelf bij het aanbreken van zijn meerderjarigheid mentaal onbekwaam was om zijn in 1261 overleden vader op te volgen. Hij was een bekwaam leider die het grondgebied van het hertogdom uitbreidde. Ook wist hij de zeggenschap te verwerven over het hertogdom Limburg. Dat bracht hem in conflict met de hertog Reinout I van Gelre.

 

Het ruiterzegel van Graaf Gwijde van Dampierre.

Er is een interessante, in het Frans gestelde oorkonde. Die akte verhaalt een rechtshandeling, die op 20 augustus 1281 plaatsvond. Hertog Jan I van Brabant begaf zich naar Breda en liet daar bekend maken, dat het Land door het overlijden van Elisabeth, laatste vrouwe van dat gebied, op hem was overgegaan.  De leenmannen, schepenen en burgers van Stad en Land van Breda zwoeren de landsheer daarop hulde en trouw. Hij garandeerde voorts een overeenkomst, reeds tevoren met Arnoud van Leuven, weduwnaar van genoemde  Elisabeth, aangegaan, te zullen nakomen en tegenover een ieder daarvoor borg te staan.

Laatstgenoemde overeenkomst was op 17 april 1281 door de hertog bevestigd in een oorkonde, waarin hij zijn neef Arnoud voor de tijd van zijn verdere leven het Land van Breda in vruchtgebruik gaf wegens de onderlinge verwantschap en om de trouw en de diensten tot dusverre aan hem bewezen. Hertog jan I nam in de heerlijkheid Breda strak de teugels ter hand. Reeds op 1 april had hij de abdij van Sint Bernard aan de Schelde bevestigd in de eigendom van het goederencomplex, in het Land van Breda tijdens de regering van Arnoud en Elisabeth gevormd door middel van schenkingen en andere transacties. Hij bepaalde bij de schenking van het vruchtgebruik van het Land van Breda aan Arnoud van Leuven dat deze zoute of zoete moerlanden en andere woeste gronden uit mocht geven, zoals hij tevoren had gedaan. Mocht de oppervlakte echter twaalf bunders of meer bedragen, dan moest hij de schout van Antwerpen of andere hertogelijke schouten ontbieden om daarvan getuige te zijn. De verkoop van honderd hoeven woeste grond aan genoemde abdij onder Gastel, die de kern vormen van het latere Hoeven, liet Arnoud zowel vóór als na de rechtshandeling door de hertog goedkeuren.” Ook stelde Jan I zich, als leenheer, garant voor een rente, door Arnoud gegeven aan zijn (vermoedelijk natuurlijke) dochter Aleida, gevestigd op goederen in de parochie Etten.

De hertog kon zijn rechten als leenheer staven door middel van een aantal oorkonden, waarvan de voornaamste helaas slechts bewaard zijn gebleven in de vorm van afschriften in het veertiende-eeuwse cartularium (Een cartularium is een register van akten, aangelegd door of vanwege degene, die deze akten als bewijsstukken voor zijn rechten of gedenkstukken van zijn geschiedenis beschouwde) uit het hertogelijk archief. De meest bekende oorkonde is die van circa 1198, waarbij Godfried II van Schoten het kasteel van Breda met al het allodiale (erf vrij )goed, dat hij bezit beneden de plaats, dat Haga genoemd wordt, aan hertog Hendrik I en zijn echtgenote Machteld opdraagt. Vermeerderd met rechten (rechtsmacht) over de lieden onder de hertogelijke voogdij ontvangt hij het geheel als leen terug. In een gelijktijdige oorkonde geeft hertog Hendrik aan  Godfried behalve het reeds vermelde in leen:  de Ventte tot aan Striene, het geleide recht te Breda en alle andere rechten, die hij in dat Land bezit.  De vermelding, dat Land’ in deze oorkonde is onlogisch, omdat het daarin niet eerder vermeld is.

1281 Wat gebeurde in Oud en Nieuw Gastel:

Gastel behoort tot het land van Breda, de heer van Breda was Arnoud van Leuven.

Pastoor van Gastel is Marsilius.

Op 1 april 1281 bevestigde Jan 1, hertog van Brabant, de schenkingen van Arnoud van Leuven aan de abdij. Deze oorkonde betekent eveneens meer dan de goedkeuring van een transactie over louter materiele zaken. De bisschop van Luik had op kerkelijk gebied de regelingen over het tiende, het patronaat en de rechten van de pastoor bevestigd, zodat de parochie rechtsgeldigheid had. De goedkeuring door de hertog van Brabant, die enkele jaren later kwam, is pas gegeven toen in het bestuurlijk vlak de nodige voorzieningen getroffen waren. In de zomer van hetzelfde jaar bevestigde Arnoud van Leuven de grensomschrijving van het rechtsgebied, zoals die door Egidius van Boesenghem was opgesteld.

1282 Wat gebeurde er landelijk:

Brabant wordt geregeerd door Hertog Jan I van Brabant. Het land van Breda waaronder Gastel dan nog deel uitmaakt word geregeerd door Arnoud van Leuven.

Graaf Floris V van Holland vindt het stoffelijk overschot van zijn vader graaf Willem II terug in Hoogwoud. Graaf Willem II zakte in 1256 door het ijs bij Hoogwoud en wordt vervolgens vermoord door de aansnellende West-Friezen. De zoon Floris V ontdekte pas jaren later waar vader Willem II was begraven.

Dirk van Teylingen heer van Voorhout, Warmond, Lisse, Waddinxveen, Alblas enz. was in een hinderlaag gelopen en tijdens een gevecht op 19 november 1282 gesneuveld. Tijdens zijn leven heeft hij wel vijfenzeventig, waaronder zeer belangrijke, leengebieden bestuurt. Deze gingen over op zijn zoon Willem, die twee maanden later ook sneuvelde. Hierna verviel alles weer aan de Grafelijkheid van Holland omdat er geen erfopvolger was.

1282 december 12
Reinoud I, graaf van Gelre en hertog van Limburg, oorkondt dat Willem II, heer van Horn (en Altena) en zijn eerstgeboren zoon Willem, ten behoeve van de abdij van Thorn afstand doet van alle heffingen en beden die hij als voogd van het land van Thorn kan heffen.

1282 Wat gebeurde in Oud en Nieuw Gastel:

In 1282 kocht de abdij van St. Bernard nieuwe gronden onder Gastel aan, welke akte door de schout en de schepenen van Wouw werd opgemaakt. Op dit tijdstip blijkt het Dorp Gastel nog geen schepenbank te bezitten.

3 november 1282
Gillis van Buizegem, ridder, verklaart dat abt en convent van de St.-Bernardsabdij (te Hemiksem) aan zijn heer Arnoud van Leuven, heer van Breda, 500 pond klein oud Leuvense munt hebben voldaan, verschuldigd voor de aankoop van 100 hoeve woeste grond in de parochie van (Oud) Gastel, middels de betaling op zijn aanwijzingen aan een aantal met name genoemde schuldeisers.

Tekst van originele oorkonde Vertaald door Geertrui Van Synghel

Gillis van Buizegem, ridder, maakt bekend dat abt en convent van de Sint-Bernardsabdij van de Cisterciënzerorde aan zijn heer Arnoud van Leuven, heer van Breda, vijfhonderd pond klein Leuvense munt hebben afgelost voor de aankoop van honderd hoeve woeste grond in de parochie van Gastel, die zij hebben verworven van de heer van Breda, en dat zij deze penningen goed en prijzenswaardig hebben gegeven en overhandigd in geheel en in delen aan de crediteurs van de heer van Breda zoals Gillis, op bevel van de heer van Breda, beslist en bevolen had om het geld aan die personen te geven, namelijk aan heer Euerkoy van Brussel genaamd Wisselaar, honderdveertig pond; aan een zekere ridder van Frankrijk vijfenveertig pond; aan heer Wouter van Kruiningen, ridder, dertien pond; ook acht pond die zij toegestaan hebben aan de heer van Breda wanneer hij naar Gent zou oprukken; drie pond en vijf schelling aan Wouter, burger van Mechelen, voor de uitgaven; vijf schelling aan Gillis zelf; negen pond te Leuven, voor de uitgaven; zes pond voor een paard; tien pond en tien schelling aan een persoon uit Valenchiennes voor wapens; aan Jan Clinkart van Gent honderd pond; aan Elisabeth Albertininne, burgeres van Mechelen, twintig pond; aan Wouter van Capelle tien pond; aan Nicolaas Goedman van Antwerpen en zijn gezellen vierendertig pond; aan Gerong van Wentel van Antwerpen en zijn gezellen vierentwintig pond; aan Arnoud van Orto van Antwerpen en zijn gezellen zestien pond; aan Hendrik Dibboude eenentwintig pond; aan Gillis van Mol eenentwintig pond; aan Willem van den Hogenhuis negen pond; aan Gerard van Ikkel tien pond oude Leuvense munt. En het moet zo begrepen worden dat al het voornoemde geld, alle stukken en kleine bedragen de voorschreven som van vijfhonderd pond tot stand brengen, waarvan Gillis voldaan is door abt en convent van de Sint-Bernardsabdij ten behoeve van de heer van Breda.

Gillis bezegelt.
Gegeven in 1282
.

3-18 november 1282.

Arnoud van Leuven, heer van Breda, verkoopt met toestemming van de hertog van Brabant aan abt en convent van de St.-Bernardsabdij (te Hemiksem) 100 hoeve woeste grond in de parochie (Oud) Gastel voor 500 pond klein Leuvens en onder het beding van een jaarlijkse cijns van 25 schelling.

Tekst van originele oorkonde Vertaald door Geertrui Van Synghel.

Arnoud van Leuven, heer van Breda, maakt bekend dat hij met toestemming van Jan, hertog van Lotharingen en Brabant, aan abt en convent van de Sint-Bernardsabdij van de Cisterciënzerorde, in het bisdom Kamerijk, honderd hoeve woeste grond in de parochie van Gastel heeft verkocht, gelegen onmiddellijk naast de woeste grond en goederen die de abdij daar heeft en bezit en die zij daar niet lang geleden hadden en bezaten, en elke hoeve bevat twaalf bunder. Abt en convent hebben voor de nieuw gekochte woeste grond en goederen vijfhonderd pond klein Leuvens betaald aan Arnoud, namelijk voor elke hoeve honderd pond. Deze woeste grond is voor de abdij in naam van de hertog van Brabant en vn Arnoud opgemeten door Arnoud Omeken en Wouter, zijn zoon, gezworen landmeters van Arnoud, heer van Breda, met de volgende meegebrachte waardige getuigen volgens het bevel van Arnoud, heer van Breda: Jan, schout van Wouw, Nicolaas van Hulsdonk en Willem van Haiink, schepenen van Wouw, Ywein en Jan, zoon van Hugo, ook van Wouw, Gobbo van Halderberg en Wouter van den Einde, schepenen van Etten, Martin, zoon van Hendrik, en Herman, zoon van Noker, van Sprundel. En zij hebben aan de abdij de maat toegekend, met een rechtvaardig oordeel waarbij elk het zijne heeft bijgedragen, en de begrenzing van palen en grenzen, namelijk van de bovenste paal, die bij Middelmere staat en eindigt bij de eerstgenoemde woeste grond van de abdij waarvan eerder sprake is, tot de onderste paal van de abdij die bij de Barlake staat, en vandaar tot de paal van de abdij die ten westen van het Baarlebos staat, en vandaar naar de paal die door de landmeters opnieuw is vastgesteld tegen Sprundel, en vandaar tot de paal die ook opnieuw is vastgesteld richting Etten. En dusdanig dat alle goederen omgeven en omsloten met de genoemde palen en grenzen van de abdij zijn en aan de abdij toebehoren, met uitzondering van slechts vijf hoeve, deels uit de huidige koop en deels uit een eerdere verwerving, gedaan ten tijde van wijlen Isabella, echtgenote van Arnoud, zoals in de oorkonde daarover opgemaakt duidelijk is vastgelegd. Arnoud van Leuven wil het werk van zijn landmeters, dat hij goedkeurt, altijd van waarde houden, belooft het in acht te nemen en staat toe dat de abdij alle goederen met grachten en andere verstevigingen versterkt en omgeeft en dat zij de hinderpalen van de wegen, in de volkstaal ‘vekene’ genoemd, met ingangen zullen kunnen aanbrengen zonder enige tegenspraak. Wie echter langs de openbare weg zou willen gaan, zal langs deze weg kunnen gaan zonder dat hem enig onrecht of schade wordt toegebracht.

Arnoud heeft abt en convent in erfelijk bezit gesteld van de voorschreven honderd hoeve woeste grond en de abdij hierin plechtig bevestigd volgens de gewoonte van het land, daarbij geen recht voor hem of een andere heer reserverend, al wie dit ook zou verdienen of zou zijn, met uitzondering van de hoge heerlijke rechtsmacht en van een cijns van vijfentwintig schellling klein Leuvens, voor elke hoeve namelijk drie penning cijns gerekend, die de abdij aan Arnoud en zijn opvolgers voor altijd jaarlijks moet voldoen bij Gastel op 11 november. En door de genoemde cijns zal de abdij altijd van elk ander recht vrij en volledig beschermd zijn.

Bovendien geeft en staat Arnoud de abdij weg en vrije doorgang toe naar deze goederen, zowel op het land als op het water, en alle gemakken en nut die in de toekomst in deze goederen zouden kunnen komen, zullen zij vredig en rustig bezitten.

Indien de abdij enig deel van de woeste grond aan leken zouden willen overdragen om dit te bewerken of om enige andere reden, dan zal de abdij elk recht dat hen eerst is toegestaan in de genoemde hoevenaars, behouden.

Hierbij waren aanwezig: Godfried, drossaard van Bergen op Zoom, Dirk, zoon van Dirk, Marcelis van Gastel, schepen van Bergen op Zoom, Nicolaas Ribaut, Arnoud Hyle van Schoten, Arnoud, zijn zoon, Jan Robbeken, Jan, zoon van Robert, Willem, zoon van Losoie van Merksem, Jan van Wijlegem, Jacob Cesar, Willem Kant, Gijsbert van Voshol, Arnoud van List, Thomas, zoon van Bela genaamd Blijleven en vele andere hoevenaars van Arnoud van Leuven, met wiens oordeel het voorgaande is gedaan en voltrokken, zoals door het recht is voorgeschreven en geëist.

Arnoud bezegelt.
Gedaan en gegeven in 1282.

 

18 november 282
Jan I, hertog van Brabant, bekrachtigt de verkoop, met zijn toestemming gedaan, door zijn verwant Arnoud van Leuven, die de heerlijkheid van Breda in vruchtgebruik heeft, aan abt en convent van de St.-Bernardsabdij (te Hemiksem) van 100 hoeve woeste grond in de parochie van (Oud) Gastel.

Originele tekst Vertaald door Geertrui Van Synghel

Jan, hertog van Lotharingen en Brabant, maakt bekend dat de edelman en zijn bloedverwant Arnoud van Leuven, die de heerlijkheid van Breda in vruchtgebruik heeft, op zijn bevel en met zijn bijzondere toestemming tegen een zeker geheel betaalt geldbedrag aan abt en convent van de Sint-Bernardsabdij. Van de Cisterciënzerorde, in het bisdom Kamerijk, honderd hoeve woeste grond heeft verkocht in het land van Breda, in de parochie van Gastel, gelegen onmiddellijk naast de andere goederen van de abdij die zij van Arnoud en zijn echtgenote, toen zij nog leefde, verworven hadden en door Jan is bevestigd. Ter voltooiing van het contract is de woeste grond voor de abdij opgemeten door gezworen landmeters en andere eerzame mannen en heeft Arnoud de begrenzing toegekend met palen en grenzen rondom rond en abt en convent erfelijk bevestigd in het bezit van de woeste grond tegen een jaarlijkse cijns, zoals rechtens gebruikelijk is en vastgesteld; ook heeft Arnoud de abdij andere vrijheden en voorwaarden toegestaan, zoals in de oorkonde die hierover opgemaakt is uitvoerig staat beschreven. Jan, hertog van Lotharingen en Brabant, die wil dat de abdij rustig en vredig geniet van deze zaken, hecht zijn goedkeuring aan de genoemde verkoop en de betaling van de penningen, opmeting, vaststelling van palen, toewijzing, in erfstelling en alle andere zaken, gedaan en toegestaan in deze hoeve of ter gelegenheid daarvan door Arnoud van Leuven. En hij bevestigt al deze zaken als ze door hem persoonlijk zijn gedaan als grond heer, belooft de abdij dat hij altijd zal instaan voor de voornoemde goederen en neemt als grond heer de goederen en de broeders die in de abdij verblijven onder zijn bescherming en zijn voogdij.

Jan bezegelt.
Gegeven te Halen in 1282.

1283 Wat gebeurde er landelijk:

Brabant wordt geregeerd door Hertog Jan I van Brabant. Het land van Breda waaronder Gastel dan nog deel uitmaakt word geregeerd door Arnoud van Leuven.

Nieuwpoort (Nederland) verkrijgt stadsrechten. Nieuwpoort is een vestingstad in de Nederlandse gemeente Molenwaard, provincie Zuid-Holland.

Bisschop Jan van Nassau van Utrecht probeert zich met behulp van de IJsselsteden (De IJsselsteden zijn de steden die zich aan de rivier de IJssel bevinden. De IJssel stroomt in de provincies Gelderland en Overijssel, alwaar de IJsselsteden zich dus ook bevinden) alsnog van de greep van het machtige gewest Holland te bevrijden. Jan van Nassau (ca. 1230 – Deventer, begraven 13 juli 1309) was elect van Utrecht van 1267 tot 1290.

Begin van strijd om successierechten van het Hertogdom Limburg tussen de hertog Jan I van Brabant en Reinoud I van Gelre.

10 oktober 1283: Akte van kwijtschelding door hertog Jan I van Brabant van leenhulde aan graaf Floris V.

Akte van kwijtschelding 10 oktober 1283.

Akte van kwijtschelding 10 oktober 1283.

1283 Wat gebeurde er in Oud en Nieuw Gastel:

Pastoor van Gastel is Marsilius sinds 1276.

Op dit tijdstip blijkt het dorp Gastel nog geen schepenbank te bezitten, ofschoon al in 1279 schepenen van Gastel werden genoemd. Arnoud van Leuven was nog niet overgegaan tot het oprichten van de schepenbanken en het aanwijzen van afzonderlijke rechtsgebieden, daar hij de bestuurlijke den de rechterlijke zaken voorlopig centraal hield. Dit geld niet voor zijn hele gebied, sommige plaatsen, die zich vlug en behoorlijk ontwikkeld hadden, zoals Bergen op Zoom en Steenbergen, kregen een vrij grote zelfstandigheid, waarvan een eigen schepenbank wel het duidelijkste teken was. In de andere plaatsen traden schepenen op, die per dorp echter nog geen bank vormden. Zij waren door de heer met bepaalde zaken belast en werden door hen opgeroepen als belangrijke akten te passeren waren. Hierop wijzen trouwens de oorkonden, waarin tegelijk schepenen van Gastel, Etten, Nispen, Wouw en Bergen op Zoom voorkomen. Dat zij zich schepenen van hun woonplaats noemden, lag voor de hand. Op die titel immers hadden zij zitting in een groter college, waaraan zij hun rechtsmacht ontleenden.

1284 Wat gebeurde er landelijk:

Jan I graaf van Holland.


13 mei: werd de stad Zutphen voor een groot deel verwoest. In Zutphen brandt het grootste deel van de Oude Stad en de Nieuwstadt af. De stadsbrand van 1284 is de grootste stadsbrand die de Nederlandse stad Zutphen heeft getroffen.

De geboorte van Gerlach van Nassau (1284- 7 januari 1361). Gerlach I van Nassau was een zoon van rooms-koning Adolf I van Nassau en Imagina van Isenburg-Limburg. Hij was vanaf 1305 graaf van Nassau in Wiesbaden, Idstein, Weilburg en Weilnau.

De geboorte van Jan I (1284 – Haarlem, 10 november 1299) was graaf van Holland en zoon van Floris V van Holland. Jan I werd direct na zijn geboorte verloofd met Elisabeth, de dochter van Eduard I van Engeland aan wiens hof hij ook werd opgevoed.

        Jan I graaf van Holland.

1285 Wat gebeurde er landelijk: ·

1 april: hertog Jan I van Brabant, belooft de steden, ‘s-Hertogenbosch, Leuven, Brussel, Antwerpen, Tienen en Zoutleeuw schadeloos te zullen houden met betrekking tot de borgtocht die zij hem verleend hebben voor de 40.000 pond zwarte tournooisen (penningen met een laag zilvergehalte en zwart vanwege het hoge kopergehalte) welke de hertog van de koning van Engeland had geleend.

Op last van Graaf Floris V wordt in Hoppenesse (bij Vreeswijk) een dam aangelegd tussen de Hollandse IJssel en de Lek, de latere Dam bij het Klaphek.

Na het deelnemen aan Franse zijde, bij een oorlog tussen het Spaanse Aragon en Frankrijk, wordt Hertog Jan I van Brabant aan het Franse hof in Parijs tot ridder geslagen.

Amsterdam krijgt van Floris V een in de Nederlandse taal geschreven privilege van tolvrijheid.

Jacob van Maerlant werkt aan Spiegel Historiael. Jacob van Maerlant (Brugse Vrije, ca. 1235 – ca. 1300) was een auteur (dichter, schrijver, vertaler) afkomstig uit de Zuidelijke Nederlanden. De Spiegel Historiael is een kroniek of geschiedverhaal, in de dertiende eeuw opgezet door Vincent van Beauvais, in het Middelnederlands vertaald en bewerkt door Jacob van Maerlant en Filips Utenbroeke.

Spiegel Historieal.