Geschiedenis Oud en Nieuw Gastel 1275 tot 1280

In 1275 heerst Jan I van Brabant.  Jan I (*Leuven, 1252/54  †Bar-le-Duc, 3 mei 1294) was hertog van 
Brabant van 1267 tot 1294 en van Limburg van 1288 tot 1294. Jan was een zoon van Hendrik III en 
Aleidis van Bourgondië. Hij was verder bekend als minnezanger.
 

Jan I van Brabant volgde zijn mentaal gestoorde oudere broer Hendrik IV op, die door zijn moeder-regentes van de troon was geweerd.  Hij huwde in 1273 met Margaretha van Dampierre, dochter van de Vlaamse graaf
Gwijde van Dampierre. Zijn eerste vrouw, Margaretha, een dochter van Lodewijk IX van Frankrijk, overleed in
1271 na amper één jaar huwelijk in het kraambed. Jan was vader van:
 

Godfried (1273/74 – na 13 september 1283)
 

Jan II van Brabant (1275-1312)
 

Margaretha van Brabant (1276-1311), die in 1292 huwde met Hendrik VII van Luxemburg (-1313).
 

Maria, die in 1305 huwde met graaf Amadeus V van Savoye (1253-1323).
 

Jan I was een krachtige heerser die zijn gebied aanzienlijk vergrootte. 
Hij kondigde ook een algemeen landrecht af en reorganiseerde de administratie van zijn vorstendom. 
Zijn pogingen de Brabantse invloed tussen Maas en Rijn te versterken brachten hem onder meer in botsing met de machtige aartsbisschop van Keulen. Omdat zijn Rijnpolitiek strookte met hun handelsbelangen, kon 
hertog Jan I rekenen op de financiële steun van de Brabantse steden, waaraan hij als tegenprestatie uitgebreide privileges toekende. Zijn belangrijkste aanwinst was het hertogdom Limburg, (samenvallend met het noordoosten van de huidige Belgische provincie Luik en het zuiden van de Nederlandse provincie Limburg, en genoemd naar de burcht Limburg aan de Vesder). Toen de kinderloze hertogin Irmgard van Limburg in 1283 overleed, kocht Jan I het opvolgingsrecht van één van haar erfgenamen over. Dat was niet naar de zin van haar weduwnaar   Reinoud I van Gelre. Het verzet werd echter tijdens de Slag bij Woeringen
(5 juni 1288) gebroken, waarna het hertogdom Limburg definitief aan Jan I werd toegewezen.

 

Jan I staat bekend als een levensgenieter en minnaar van muziek, zang en dichtkunst, aan wie een aantal mooie minneliederen als Eens meien morgen vroe (oorspronkelijk in het Middelnederlands) toegeschreven worden. Ook is er een bekend Brabants volkslied waarin hij wordt vereerd. Zijn hartstocht voor jachtpartijen en gewelddadige riddertoernooien moest de hertog echter met de dood bekopen: hij verongelukte tijdens een toernooi. 

 

In Brabantse volkslegenden leeft “hertog Jan” voort als een populaire, gulle en goedlachse vorst die graag in het gezelschap van eenvoudige lieden genoot van spijs en drank. Na de Slag bij Woeringen zou hij een groot overwinningsfeest voor zijn leger hebben gehouden, met heel veel bier. Om zijn soldaten toe te spreken ging hij zitten boven op een stapel biervaten. Volgens sommigen zou hij op die manier model gestaan hebben voor de allegorische bierkoning Gambrinus, wiens naam ontstond door de volkse verbastering van zijn Latijnse naam ( Jan primus = Jan de eerste). Alleszins wordt zijn afbeelding te paard gebruikt als logo voor de in België populaire biersoort Primus (van Brouwerij Haacht) die naar Jan I verwijst. Op het logo van het naar hem vernoemde Limburgse biermerk Hertog Jan staat hij afgebeeld als bebaarde vorst in hermelijnen mantel die een grote pul bier heft.
 

Jan I van Brabant had ook talrijke erkende bastaarden:
 

In 1272 werd uit een relatie met Janneke Pijllijser (1353°-1297+) een zoon Jan Pijllijser geboren.
In 1273 werd uit een relatie met Johanna van der Balct, een zoon Gilles van der Balct geboren.
In 1275 werd uit een relatie met Aleydis van der Plas (dienstmeisje op kasteel), een zoon Jan van der Plas
geboren.

Van andere bastaarden zou Jan I eveneens de natuurlijke vader zijn: Jan Meeuwe, Margareta van Tervuren en Jan van Mechelen. Al zijn de historici het niet eens over alle bastaarden (zoals over Jan van Mechelen).

Via deze talrijke bastaarden is Jan I van Brabant voorouder van duizenden Vlamingen en Europeanen.

 

 

Wat gebeurde er landelijk:

Everhard van Diest vangt zijn ambtstermijn aan als nieuwe bisschop van Münster.
 

Schiedam (Nederland) verkrijgt stadsrechten: deze worden verleend door Aleid van  Holland, de zuster van graaf Willem II van Holland.
 

Genemuiden (Nederland) verkrijgt stadsrechten.

Graaf Floris V van Holland geeft de ‘lieden aan de Amstel’ vrijheid van tol.
Dit is het oudst bekende document waarin ‘Amsteredamme’ (Amsterdam) wordt genoemd.
 

12 juli: De Eerste Romeinse brug van Maastricht stort in, met 400 doden als gevolg

 

Graaf Willem II van Holland.
Graaf Willem II van Holland.
Graaf Floris V van Holland
Graaf Floris V van Holland

Wat gebeurde in Gastel:

Gastel behoorde tot 1287 tot het land van Breda. In het begin van de 13de eeuw werd de omgeving van Breda aangeduid als ‘Het land van Breda’. Het omvatte een groot deel van het huidige West-Brabant. Toen de laatste heer van het Land van Breda in 1268 kinderloos stierf, gingen de bezittingen over naar zijn zus Elisabeth en haar man Arnoud van Leuven. Ook die hadden geen kinderen. Zij splitsten het bezit daarom op in twee delen waaruit na hun dood het Markizaat van Bergen op Zoom en de Baronie van Breda ontstonden.

 

In het jaar 1275 wordt Gastel voor de eerste maal genoemd in de geschreven bronnen. In dat jaar schonken Arnoud van Leuven, heer van Breda, en zijn vrouw Elisabeth aan de cisterciënzerabdij St. Bernard op de Schelde de novale (nieuwe) tienden onder de parochie van ‘Gestele’. Deze oorkonde die het dorp voor de eerste maal noemt, is een nadere beschouwing waard. De abdij ontving de gehele novale (nieuwe) tiende, die toen bestond en die er in de toekomst zou kunnen aangroeien. Dat er van een parochie werd gesproken, zou kunnen inhouden, dat deze al langer bestond, en dat de novale tiende aan de abdij kwam, maar dat de heer van het land zich de gewone tiende (grote Tiende) had voorbehouden.

 

Arnoud van Leuven
Arnoud van Leuven
Gravure van zegels van 
Hendrik van Breda (1252)
Arnoud van Leuven (1267) 
en Elisabeth van Breda (1267 )
Gravure van zegels van Hendrik van Breda (1252) Arnoud van Leuven (1267) en Elisabeth van Breda (1267 )
De originele oorkonde van 1275 waar Gastel als Gestele voor het eerst wordt vernoemd.
De originele oorkonde van 1275 waar Gastel als Gestele voor het eerst wordt vernoemd.
Detail van de Oorkonde de naam van de parochie Gestele is duidelijk te lezen.
Detail van de Oorkonde de naam van de parochie Gestele is duidelijk te lezen.

De tekst van de oorkonde luidt in vertaling:


Aan alle christengelovigen, die dit geschrift zullen zien, wensen Arnoldus Van Leuven, heer van Breda, en
Elisabeth, zijn echtgenote, vrouwe van hetzelfde land, Saluut!

Ter vastlegging van de waarheid maken Wij u door middel van deze onze oorkonde bekend, dat Wij, met het oog op een goddelijke beloning en zuiver en alleen ter eren Gods, aan de kloosterlingen, de abt en het convent van de plaats van St. Bernard, der orde van de Cisterciënzers, de gehele novale tiende in de parochie van Gestele, die er nu is en die aldaar in de toekomst zal kunnen aangroeien, hebben afgestaan en bij deze
overdragen. Wij doen dit met de intentie, dat in het klooster door het voornoemde convent een
eeuwigdurende gedachtenis wordt onderhouden aan Ons en Onze voorgangers en opvolgers, de levenden zowel als de overledenen.

Bovendien geven Wij aan de voornoemde kloosterlingen het bos, Barlebosche genaamd, in het geheel met zijn grond, en tweehonderd bunders moer, die naast dat bos liggen, met verlof om naar hun goederen een weg en een vrije waterloop te leggen.

Al het voornoemde, zowel de tiende als het moer en het bos, geven wij aan de bovenvermelde Abt en convent als een zuiver allodium, om dit in vrede en ongestoord voor eeuwig te bezitten. Over al die goederen behouden Wij Ons en Onze opvolgers rechtens niets anders voor dan zaken van de hoge justitie, als die zich voordoen.

Bij deze Onze schenking waren tegenwoordig : Johannes Van Ossele, ridder; Henricus, onze kapelaan;
EgidiusVan Busengem; en Willem genaamd Pippenpoy van Brussel, en meer anderen. Ter oorkonde hiervan en voor een eeuwige memorie hebben Wij aan de voornoemde abt en het convent deze brief verleend, bekrachtigd en bevestigd door Onze zegels.

Gedaan en gegeven te Bergen op Zoom in het jaar Ons Heren duizend, tweehonderd, vijfenzeventig, in de maand december.

 

De abdij kreeg het recht er een pastoor aan te stellen. Dat deed men met pastoor Marsilius. Het gevolg was dat de al aanwezige priester, waarschijnlijk aangesteld door Arnoud van Leuven, ergens anders zijn ambt kon gaan uitoefenen. De medewerking van de abdij werd verder gevraagd om het land van Gastel verder te ontginnen en te exploiteren. De oudste geschiedenis van Gastel is een geschiedenis van de parochie.

 

Het gebied van Gastel, althans het bruikbare, was in 1275 nog niet uitgestrekt. In het begin omvatte het de boven water liggende gronden van Hoeven en Oudenbosch: van de huidige gemeente Gastel was vermoedelijk slechts een klein deel rijp voor cultivatie. Dit laatste word zeer treffend geïllustreerd door het feit, dat de abdij van St. Bernard maar zeer weinig grond in Oud Gastel bezat, hier en daar een los perceel, dat vermoedelijk aangekocht en geen restant was van een groter complex.

 

De kloosters van Tongerlo, Sint Bernards en Catharinadal in Vroenhout hadden hier in west Brabant veel grond in bezit. Mede door hun activiteiten kwam de turfgraverij voorzichtig op gang. Het waren vooral Vlamingen die in deze jaren veen kochten.

 

 

 

 

De abdij van St. Bernard in Hemiksem.
De abdij van St. Bernard in Hemiksem.
De abdij van St. Bernard in Hemiksem.
De abdij van St. Bernard in Hemiksem.

Het gebeurde in 1276

Wat gebeurde er landelijk

Hertog Jan I van Brabant
Hertog Jan I van Brabant

Brabant word geregeerd door Hertog Jan I van Brabant. Het land van Breda waaronder Gastel dan nog deel uitmaakt word geregeerd door Arnoud van Leuven.

 

18 september: Bezegeling van het verdrag van Floris V van Holland met de  kooplieden van Deventer, Kampen en Zwolle om in Holland koophandel te drijven.

 

27 September: Hertog Jan II van Brabant en Limburg wordt geboren, als zoon van Jan I en Margaretha van Dampierre. Hij huwde op 30 juni 1290 Margaretha van York. dochter van de Engelse Koning Eduard I. Het gaat economisch slecht in Brabant en er ontstaan problemen voor Hertog Jan II.

 

 

Wat gebeurde in Gastel:

5 april: Arnoud van Leuven en zijn echtgenote Elisabeth, heer en vrouwe van Breda, schenken aan abt en
convent van de St.-Bernardsabdij (te Hemiksem) het patronaatsrecht van de kerk van (Oud) Gastel.

Toen Arnoud van Leuven op Pasen 1276 het patronaatsrecht over de kerk aan de abdij overdroeg, fungeerde in Gastel al een pastoor.

 

Tekst van de oorkonde luid:

 

Arnoud van Leuven en zijn echtgenote Isabella, heer en vrouwe van Breda, dragen met het oog op goddelijke beloning en zuiver omwille van God aan abt en convent van de Sint-Bernardsabdij, van de Cisterciënzerorde, het patronaatsrecht van de kerk van Gastel over, gelegen in het land van hun heerlijkheid van Breda, met het volle recht zoals hun toekomt. Abt en convent zullen dit voor altijd vredig en rustig bezitten, opdat in het klooster door het convent voor altijd de herinnering behouden zal blijven aan hen, hun voorgangers en hun opvolgers, zowel levend als dood.

Bij deze schenking waren aanwezig: Hendrik van Leuven, heer van Herstal, Wouter Berthout, heer van Mechelen, Jan Mulard en Gozewijn Boc, ridders, en vele anderen.

Arnoud en Isabella bezegelen.

Gedaan en gegeven te Ekeren, in 1276.

 

 

10 mei: keurde deze, Marsilius genaamd, de overdracht goed van de novale tiende aan het klooster van
St. Bernard. Hij werd Inventius genoemd, wat betekent: met het ambt bekleed.
Dit woord kan van alles betekenen, bijvoorbeeld dat de persoon wel het ambt bezat maar dit niet of nog niet
uitoefende, meestal staat het gelijk met de titel van pastoor.

12 mei: Arnoud van Leuven en zijn echtgenote Elisabeth, heer en vrouwe van Breda, verkopen aan abt en
convent van de St.-Bernardsabdij (te Hemiksem) 50 hoeve woeste grond in de parochie (Oud) Gastel met tienden en visrechten, onder het beding van een jaarlijkse cijns van 3 pond Leuvens, en schenken bovendien 10 hoeve aldaar in volledig eigendom. Een hoeve besloeg 12 bunders. Daaraan werden 9 hoeven als een zuivere schenking toegevoegd. Onder de getuigen bij deze transactie bevonden zich Marsilius van Gastel en enige schepenen van Bergen op Zoom.  Uit dit laatste mag onder enig voorbehoud worden afgeleid, dat het nieuwe dorp nog geen eigen schepenbank had.

 

Tekst van de oorkonde luid:

 

Arnoud van Leuven en zijn echtgenote Isabella, heer en vrouwe van Breda, hebben aan abt en convent van de Sint-Bernardsabdij, van de Cisterciënzerorde in het bisdom Kamerijk, vijftig hoeve woeste grond in de parochie van Gastel verkocht tegen een zekere geldsom, die volledig voldaan is. Elke hoeve bevat twaalf bunder. De woeste grond is door de landmeter van Arnoud en Isabella opgemeten voor de monniken, beginnend vanaf de rivier de Mark en doorgaand van plaats naar plaats zoals de monniken gewild en gevraagd hebben, palen en grenzen plaatsend aan alle kanten van de woeste grond ten teken van meerdere zekerheid in de toekomst. Arnoud en Isabella willen het werk van hun landmeter in dit deel voor eeuwig geldend hebben en houden. Voor deze vijftig hoeve moeten de monniken aan Arnoud en Isabella en hun opvolgers eeuwig een jaarlijkse cijns van drie pond Leuvens betalen te Gastel op 1 oktober. Bovendien schenken Arnoud en Isabella aan de monniken omwille van God tien hoeve binnen de voornoemde grenzen en tot de genoemde woeste grond behorend, door de monniken eeuwig vreedzaam en rustig als zuiver eigen goed te bezitten, opdat in het klooster door de monniken voor altijd herinnering zal behouden blijven aan hen, hun voorgangers en hun opvolgers. De monniken zullen de gehele tiend in de woeste grond, waar die ook uit voortkomt, en alle visrecht van het gehele water, dat de grenzen van de woeste grond raakt, en alle voordelen en voorkomende zaken die in de genoemde goederen, wateren of gronden in de toekomst zouden kunnen ontstaan, vrij en rustig voor altijd bezitten. Wanneer de monniken een ander deel van de woeste grond aan leken zouden willen geven ter ontginning, dan zullen zij alle recht dat eerst aan hen verleend was, ook in de genoemde hoevenaars behouden. Niettemin dragen Arnoud en Isabella de weg en vrije watergang aan de monniken tot deze goederen over. In al deze goederen behouden Arnoud en Isabella geen enkel recht voor zichzelf noch voor hun opvolgers, behoudens de voornoemde jaarlijkse cijns en de hoge rechtspraak.
Arnoud en Isabella nemen alle goederen en de monniken die daar verblijven of zijn, met alle goederen die zij nu hebben of in de toekomst in hun heerlijkheid zouden hebben, onder hun bescherming en hoede. Zij beloven de monniken, telkens het nodig is, deze goederen te verdedigen tegen iedereen die hun daar enige hinder of last zou willen toebrengen. Hierbij waren de leenmannen van Arnoud en Isabella aanwezig: Jan Mulard, ridder, Arnoud van Bergen, burger van Bergen op Zoom, Nicolaas Dankaard van Zandvliet, Arnoud van Ossendrecht, Arnoud Omeken, Marcelis van Gastel, Nicolaas Faber, Arnoud de Jode en Peter van Schoonhout, schepenen van Bergen op Zoom, met wiens vonnis Arnoud en Isabella de monniken in de genoemde goederen in erfelijk bezit hebben gesteld en plechtig bevestigd volgens de gewoonte van het land.De getuigen die bij het voorgaande aanwezig waren, zijn: Nicolaas, pastoor van Ekeren, Hendrik van Asse, toen kapelaan van Arnoud en Isabella, Gillis van Buizegem, drossaard van Arnoud en Isabella, Willem van Bergen en Paulus van de Geest, burgers van Bergen op Zoom, en vele anderen. Arnoud en Isabella bezegelen, samen met Jan Mulard, ridder, en de schepenen van Bergen op Zoom.

 

Gedaan en gegeven te Bergen op Zoom, in 1276.

 

Marsilius is op 14 mei 1276 door Arnoud van Leuven aangewezen als een der scheidsrechters in het geschil tussen hem en Sophia Berthout, weduwe van Hendrik van Breda, inzake de lijfrente die zij uit de heerlijkheid had. Marsilius genoot derhalve veel vertrouwen bij Arnoud van Leuven, waarschijnlijk omdat hij een man was, die zich niet de kaas van het brood liet halen, in dit geval van Arnouds brood.

 

 

Ook dit jaar verkocht Arnoud van Leuven een derde van de oude en de gehele nieuwe tienden onder Etten voor ruim 82 ponden aan de abdij van St. Bernard en maakte die tevens allodiaal, dat wil zeggen tot erfelijk bezit van de abdij. op de zelfde dag gaf de pastoor van Etten zijn toestemming tot deze overdracht.  Hij voegde eraan toe, dat de abdij hem deze had aangeboden, doch dat hij wegens geld gebrek niet op dit aanbod had kunnen ingaan. In dit geval blijkt duidelijker dan in Gastel, dat de pastoor toestemde in de overdracht van rechten en inkomsten, waarvan hij zonder meer de eigendom niet kon pretenderen.

 

 

 

het gebeurde in 1277

wat gebeurde er landelijk

Brabant word geregeerd door Hertog Jan I van Brabant. Het land van Breda waaronder Gastel dan nog deel uitmaakt word geregeerd door Arnoud van Leuven.

Graaf Floris V van Holland
Graaf Floris V van Holland

 

Groenlo (Nederland) verkrijgt stadsrechten.

 

31 maart: In Holland verleende Graaf Floris V van Holland een statuut aan de Alblasserwaard, een soort
samenwerkingsverband creërend tussen plaatselijke zelfstandige waterschappen en het overkoepelend Grafelijk bestuur. Dit om een beter waterschap beheer te krijgen wegens voortdurende dijkdoorbraken.

 

Bij overstromingen in het noorden breken de dijken bij Jansum en Wilgum, mede hierdoor ontstaat de Dollard.

 

Krimpen (Krimpen aan den IJssel) wordt het eerst genoemd in een document van 1277.

 

Holten (Nederland) komt voor het eerst in een aantal geschriften voor.

 

Ontstaan van het Graafschap Hessen uit de boedel van de landgraaf van Thüringen van Avesnes.

 

Kampen wordt voor het eerst genoemd.

 

Graaf Herman van Loon ontvoert Graaf Engelbert I van der Mark, waardoor Engelbert komt te overlijden op Kasteel Bredevoort aan een hartaanval.


Graaf Floris V zocht toenadering tot Vlaanderen en ontdeed hij zich in 1277 van  Floris van Avesnes.

 

wat gebeurde er in Oud Gastel

In 1277 verkreeg de abdij van St. Bernard nog eens 20 hoeven en twee meren of  vennen.

De Bisschop van Luik Johan III van Edingen keurde op 4 mei 1277 de schenkingen van het patronaatsrecht en nieuwe tiend in de parochie (Oud) Gastel  goed onder voorbehoud van zijn bisschoppelijke rechten, die van de kathedraal van Luik en van alle andere kerken of geestelijke personen. Zodoende waren de posities van de abdij en van de parochie canoniek geregeld, Gastel was als een normale parochie in het bisdom Luik opgenomen. Deze akte bevestigen, dat de stichting van de parochie kort tevoren had plaatsgehad.

 

Marsilius tekende in dat jaar als pastoor van de kerk van Gastel het diploma van  Arnoud van Leuven.
Het is mogelijk dat hij omtrent Pasen 1276 al in dienst was.

 

1277 schijnt een financieel rampjaar voor Arnoud en Elisabeth geweest te zijn. “Medio 1277 leidden de problemen tot dagen waarop meer dan vijf oorkonden van financiële aard bezegeld werden”, er was ook een duidelijke oorzaak van al die penarie, de dure schoonzuster van vrouwe Elisabeth. Het gehele Land van Breda leed onder de financiële last die Sophia Berthout heette. Het mede aan haar toe te schrijven geldgebrek van de Bredase heren heeft geleid tot de  versnelde ontginning en veenwinning in grote delen van deze streek.

 

het gebeurde in 1278

wat gebeurde er landelijk

Bisschop 
Jan van Nassau
Bisschop Jan van Nassau

Brabant word geregeerd door Hertog Jan I van Brabant. Het land van Breda waaronder Gastel dan nog deel uitmaakt word geregeerd door Arnoud van Leuven.

 

In 1278 kwam Graaf Floris V van Holland de elect in Utrecht. Bisschop Jan van Nassau, te hulp. waarbij hij zich met geweld meester maakte van de opstandige stad Utrecht. Hierdoor werd de elect steeds meer van hem afhankelijk en in 1279 kreeg Floris V het gehele Nedersticht in pand. Hierbij kwamen ook alle inkomsten en de strategische steunpunten in zijn handen. Bij een aanval op Gijsbrecht van Amstel en Herman van Woerden kon Floris V de bezittingen van deze Heren inlijven.

 

wat gebeurde er in Oud Gastel

Gastel behoort tot het land van Breda, de heer van Breda was Arnoud van Leuven.
Het geboortejaar van Arnoud van Leuven is onbekend. In 1268 trouwde hij met Elisabeth van Breda, de zuster van Hendrik V van Breda. Hendrik stierf kinderloos waardoor Arnoud en Elisabeth het Land van Breda in handen kregen. Voor zijn huwelijk met Elisabeth droeg Arnoud officieel de titel van Heer van Gaasbeek, maar omdat hij afstamde van de Hertogen van Brabant (Huis van Leuven) stond hij beter bekend als Arnoud van
Leuven.

 

Arnoud en zijn vrouw gaven veel giften aan kloosters en kerken, zo financierden ze in 1268 de nieuw gestichte kerk te Roosendaal en het jaar daarop de bouw van een stenen kerk in Breda. Ook schonken ze in 1277 de heidevelden rond Huijbergen aan de Wilhelmieten en grote bezittingen onder Roosendaal, Princenhage en Oosterhout aan een Norbertinessenklooster in 1279.

 

 

Charter met aanhangende zegels van 
Elisabeth van Breda, Arnoud van Leuven en de stad Breda.
Charter met aanhangende zegels van Elisabeth van Breda, Arnoud van Leuven en de stad Breda.

het gebeurde in 1279

Pastoor van Gastel is Marsilius.

 

12 maart: Arnoud van Leuven en zijn echtgenote Elisabeth, heer en vrouwe van Breda, schenken aan de
prior-provinciaal, de prioren en broeders van de orde van de Wilhelmieten de kapel van Huijbergen met de grond om daar een klooster van de orde te stichten, plaats biedend aan zes tot twaalf priesters, voegen hier13 hoeve grond naar keuze rond de kapel aan toe, vrij van lasten, en nemen het geheel in hun bescherming op, dit wordt bevestigd, middels medebezegeling, door de deken van Hilvarenbeek, de pastoors van (Oud) Gastel en Bergen op Zoom en door de schout en schepenen van Bergen op Zoom.

 

26 maart: Arnoud van Leuven en zijn echtgenote Elisabeth, heer en vrouwe van Breda, bevestigen abt en
convent van de St.-Bernardsabdij (te Hemiksem) in het bezit van de eerder ontvangen goederen en rechten te (Oud) Gastel, Wouw en Loenhout en voegen daar een en ander aan toe.

 

Wihelmieten in Huijbergen van 1278 tot 1847. In 1278 kwamen de eerste monniken naar Huijbergen. Er werd een klooster gebouwd, grond ontgonnen, zielzorg geboden en later onderwijs gegeven.

zielzorg geboden en later onderwijs gegeven.
Het Wilhelmietenklooster was het laatste huis
van de orde der Wilhelmieten.
Wihelmieten in Huijbergen van 1278 tot 1847. In 1278 kwamen de eerste monniken naar Huijbergen. Er werd een klooster gebouwd, grond ontgonnen, zielzorg geboden en later onderwijs gegeven. zielzorg geboden en later onderwijs gegeven. Het Wilhelmietenklooster was het laatste huis van de orde der Wilhelmieten.

wat gebeurde er landelijk

Brabant word geregeerd door Hertog Jan I van Brabant. Het land van Breda waaronder Gastel dan nog deel uitmaakt word geregeerd door Arnoud van Leuven.

 

in 1279 kreeg Floris V het gehele Nedersticht in pand. Hierbij kwamen ook alle inkomsten en de strategische steunpunten in zijn handen. Bij een aanval op Gijsbrecht van Amstel en Herman van Woerden kon Floris V
de bezittingen van deze Heren inlijven.

 

wat gebeurde er in Oud Gastel

In september 1279 gaf Arnoud van Leuven aan zijn wapendrager ridder Egidius van Boesenghem opdracht en volmacht, om namens hem kennis te nemen van alle kwesties, die de inwoners van het land van Breda met het klooster hadden of kregen en daarin uitspraak te doen zodat, gaat de tekst verder, de kloosterlingen op geen enkele manier in het bezit van hun goederen gehinderd worden. Dit was een ongewone situatie.
Normaal zou zijn geweest, dat kwesties en geschillen door een schepenbank werden beslist.
Het is dan ook waarschijnlijk, dat in 1279 nog geen schepenbank in Gastel bestond.

 

In het begin van oktober 1279 heeft Arnoud van Leuven op verzoek van de abdij de grenzen van het “allodium” van Gastel laten vaststellen door ridder Egidius van Boesenghem. Deze begaf zich naar Halderberg, waar hij getuigen opriep, oudere mensen, die dicht bij Gastel woonden. De getuigen verklaarden eenstemmig, dat de grens van het allodium, waar de abdij de novaaltiende bezat, als volgt moest worden begrepen: Van het Doorlichterven tot tegen de Lede aan (ws. een zijtak van de Mark of de Roosendaalse Vliet, of gewoon “rivier”, wat het juiste punt nog vager maakt), vandaar tot aan de mond van de Dintel tot op de helft van het water der voornoemde Lede, van de Dintelmond tot aan de Markmond en de helft van het water, dat Strien heet, van de Markemond tot Overste Overmere en de helft van het water, dat Mark heet, vandaar tot Hoeghsten Halderberg en vandaar terug naar het Doorlichterven. Hier is niet het rechtsgebied van Gastel beschreven (als dit als zodanig al bestond), doch het gebied waar de abdij de novaaltiende had. Dat beide gebieden identiek waren, is wel waarschijnlijk doch niet beslist noodzakelijk. De plaatsbepalingen zijn niet alle precies aan te wijzen. De Lede is een duister punt; over het algemeen vat men haar op als de Roosendaalse Vliet, wat in deze tekst bij de tweede vermelding van het water niet goed te plaatsen is. De monden van de Dintel en van de Mark lagen verder landinwaarts dan waar wij ze nu kennen, omdat de rivier (klaarblijkelijk is van twee stromen sprake) zich toen veel vroeger in de buitenwateren oploste. Uit de akte blijkt, dat in de vier jaren sinds de stichting van het dorp de activiteiten waren toegenomen en er zich meerdere landbouwers gevestigd hadden. Na deze vrij korte tijd bleek het zelfs nodig de juiste grens der rechten van het klooster opnieuw of definitief aan te wijzen.


Waarschijnlijk hadden in de omgeving andere exploitaties plaats gegrepen, of werden binnen het eerst aangewezen gebied cultivatie ondernomen, wier tiendplicht tegenover de abdij van St. Bernard niet duidelijk was of werd ontkend. Dat de juiste grens aangewezen werd door “oudere mensen” betekent niet, dat zij getuigen moesten over zaken, die 40 a 50 jaren eerder waren gebeurd. In zulke gevallen werden bij voorkeur oudere mensen gevraagd, omdat van hen een grotere onpartijdigheid werd verwacht, daar zij zich minder uit
eigenbelang lieten verleiden om de zaken in hun voordeel uit te leggen.

 

Achter deze akte moeten wij waarschijnlijk meer zoeken, vermoedelijk is zij het begin geweest tot een bestuurlijke organisatie van Gastel, dat hierdoor of kort hierna een bepaalde zelfstandigheid kreeg in het land van Breda. In deze akte wordt het dorp een “villa” genoemd. Deze term kan wijzen op de organisatie van een hof, waar het bestuur, de rechtspraak en de administratie van de grondheerlijkheid waren geconcentreerd. Het woord kan ook dorp zonder meer betekenen. Vermoedelijk moet hier aan het laatste de voorkeur worden gegeven, daar niets erop wijst, dat in Gastel een hof in de bestuurlijke zin heeft bestaan.
Om de nabijheid van de centra van Breda en in de latere periode van Bergen op Zoom moet eerder aangenomen worden, dat de grondheren de administratie van hun rechten en goederen centraal hebben gehouden. Later heeft inderdaad een Hof te Gastel bestaan, als herenhuis gesticht door een der toenmalige grootgrondbezitters. Voor zover bekend, is dit huis niet in het bezit geweest van de heren van Breda of van Bergen op Zoom en heeft het in het bestuur van de gemeente of het beheer door of vanwege het domein nooit een rol gespeeld.

Aan het einde van de oorkonde wordt een hele serie getuigen genoemd, wat weer erop wijst dat deze akte een bijzondere betekenis had. Het waren: Herman Gerardszoon; Basilius Hermanszoon; Alardus Scuterman;
Willem Vrommont; Marcellinus Willemszoon,
deze vijf schepenen van Gastel. Verder waren andere inwoners van Gastel aanwezig. De namen van de eerst bekende dorpelingen mogen niet onvermeld blijven:
Willem Spierinck; diens zoon Marselius; Ennekin Arnoldszoon; Joannes van Mere; Gybbo Hylde zoon;
Rufinus Marseliuszoon
, zoon van de priester; Herman Arnoldszoon; Willem van der Molen; Rodulfus;
Godefridus Vrommontszoon; Nicolaas Witte; Rolandus en zijn broer Olivier; Dirk Hylde zoon; Egidius van Westberge; Balduinus Robertszoon; Robertus Werde.
Verder waren getuigen aanwezig uit Wouw, uit de
parochie Haverdonk, uit Etten. Nispen en Bergen op Zoom; in deze stad was een Marsilius van Gastel schepen.

Enige dagen later is door de proost van St. Catharinadal bij Wouw en ridder Egidius van Boesenghem eenzelfde akte opgemaakt, waarbij de getuigen op het H. Sacrament zwoeren de waarheid gezegd te hebben. Naast de reeds genoemde personen komen daarin als inwoners van Gastel voor : Joannes Clara zoon; Water Rulmont; Willem van Mela en Willem de Zwart. De getuigen uit Gastel vertegenwoordigden vermoedelijk per man een gezin; met de schepenen meegeteld had Gastel in dat jaar minstens 26 gezinnen en waarschijnlijk evenzoveel hofsteden of huizen. Zij mogen niet alle in het dorp Gastel worden geplaatst; het gebied omvatte immers ook de latere gemeenten Hoeven en Oudenbosch. Het verschijnen van schepenen toont aan, dat misschien reeds een schepenbank in Gastel bestond.

 

Dirk VI, graaf van Holland, oorkondt en bevestigt dat Vastraad Scherebaard (van Uitwijk) en diens echtgenote Sophie, dochter van de graaf van Gulik, aan de St.-Laurensabdij te Oostbroek goederen schenken (nabij Oud Gastel), met kapel en toebehoren, gelegen tussen de grenzen Markemunde. Overste Overmere, Halreberge. en Thurlichter. en neemt, als gekozen voogd, deze goederen in bescherming.


Oktober: Broeder Thomas proost van het klooster St.-Catharinadal nabij Wouw, en Gillis van Buizegem, ridder van de heer van Breda, verklaren inzake de grenskwestie van het vrij eigen goed van (Oud) Gastel met name genoemde getuigen onder ede gehoord te hebben, waarna Gillis de inwoners opdraagt de grenzen, overeenkomstig de afgelegde verklaringen, te respecteren.

 

3 oktober: Gillis van Buizegem, ridder van Arnoud van Leuven, heer van Breda, stelt in diens opdracht, naar aanleiding van de verkoop aan abt en convent van de St.-Bernardsabdij (te Hemiksem) van de novale tiend
binnen het vrij eigen goed (Oud) Gastel, de grenzen ervan vast en draagt allen, die onder de rechtsmacht van de heer van Breda vallen, op deze te respecteren.

 

 

het gebeurde in 1280

wat gebeurde er landelijk

Brabant word geregeerd door Hertog Jan I van Brabant. Het land van Breda waaronder Gastel dan nog deel uitmaakt word geregeerd door Arnoud van Leuven.

 

Grote overstromingen in Noord-Nederland.

Ontstaan van de Lauwerszee.  (De Lauwerszee is een (voormalige) baai in het noorden van Nederland.
Het kreeg de naam van de Lauwers, de grensrivier tussen de provincies Groningen en Friesland.

 

 

De Gooise boeren krijgen van graaf Floris V de gebruiksrechten over de woeste (onontgonnen) Gooise gronden, bestaande uit heide, bos, en stuifduinen.

 

Frederic III neemt het kasteel in van Hendric van Doorenwerd (Kasteel Doorwerth).

Omstreeks deze tijd wordt het Muiderslot gesticht door Floris V.

 

De Hertog van Limburg, Walram V sterft en hij laat 1 dochter achter, Irmgard, die getrouwd is met Reinoud I (Reinold), graaf van Gelre.

 

Kasteel Doorwerth.
Kasteel Doorwerth.
Muiderslot.
Muiderslot.

wat gebeurde er in Oud Gastel

 

De pastoor is Marsilius.


13 mei: Een op 13 mei 1280 gedateerde oorkonde garandeert heer Arnoud de omvang van het ‘gemeint’; hij zal er geen delen van aan particulieren verkopen.
Nu staat deze daad van het echtpaar Van Leuven van breda in menige  geschiedschrijving vermeld als een ‘grondschenking. Maar historisch-geograaf leenders heeft een andere gang van zaken uit de oude oorkonden afgeleid.

Arnoud en Elisabeth hebben het recht van gemeenschappelijk gebruik van de woeste gronden verkocht.
Volgens Leenders verdienden de heer en zijn vrouwe wel vaker geld met de uitgifte van agrarische gronden en turfvelden,  vooral als ze weer eens in betalingsmoeilijkheden zaten. Hele stukken van de Bredase heerlijkheid hebben ze zelfs verpand, toen het water hun financieel tot aan de lippen stond.

De ‘grondschenking van 1280 was de laatste belangrijke daad van het echtpaar. In hetzelfde jaar stierf
Elisabeth. Arnoud van Leuven bleef kinderloos achter, dat wil zeggen: in juridische zin, want zijn buitenechtelijke dochter Aleidis gold niet als erfgenaam. Hij behield het vruchtgebruik van de heerlijkheid
Breda. Toen Arnoud zeven jaar later stierf, was er geen duidelijke opvolger.

 

3 augustus: Arnoud van Leuven en zijn echtgenote Elisabeth, heer en vrouwe van Breda, bevestigen de in hun opdracht door Gillis van Buizegem, ridder, vastgestelde grenzen van hun vrij eigen goed van (Oud) Gastel.

 

3 november: Gillis van Buizegem, ridder, verklaart dat abt en convent van de St.-Bernards abdij
(te Hemiksem) aan zijn heer Arnoud van Leuven, heer van Breda, 500 pond klein oud Leuvense munt hebben voldaan, verschuldigd voor de aankoop van 100 hoeve woeste grond in de parochie van (Oud) Gastel, middels de betaling op zijn aanwijzingen aan een aantal met name genoemde schuldeisers.

 

November: Arnoud van Leuven, heer van Breda, verkoopt met toestemming van de hertog van Brabant aan abt en convent van de St.-Bernardsabdij (te Hemiksem) 100 hoeve woeste grond in de parochie (Oud) Gastel voor 500 pond klein Leuvens en onder het beding van een jaarlijkse cijns van 25 schelling.

 

18 november: Jan I, hertog van Brabant, bekrachtigt de verkoop, met zijn toestemming gedaan, door zijn verwant Arnoud van Leuven, die de heerlijkheid van Breda in vruchtgebruik heeft, aan abt en convent van de St.-Bernardsabdij (te Hemiksem) van 100 hoeve woeste grond in de parochie van (Oud) Gastel.