Het is moeilijk te bepalen wanneer de geschiedenis van Oud en Nieuw Gastel begint. Voor zover dit uit historische bronnen kan worden nagegaan moet Gastel in het begin van de twaalfde eeuw zijn ontstaan. Er stond toen reeds een kleine kapel of kerkje. Het grondgebied van het dorp behoorde van oudsher tot het Oude Land van Breda. Arnold van Leuven, heer van Breda, bestuurde dit Oude Land dat voor een groot gedeelte uit woeste gronden bestond.
Bij oorkonde van december 1275 schonken Arnold van Leuven en zijn echtgenote Elisabeth aan de Abdij van St. Bernard op de Schelde van de Orde der Cisterciënsers, de gehele novale tiende in de parochie Gestele, het Barlebos en tweehonderd bunders moer die naast dat bos lagen. Deze schenking omvatte buiten het Gastelse gebied ook nog de gronden van Oudenbosch en Hoeven.
In deze oorkonde werd voor de eerste maal de plaats Gestele genoemd, dat later is verbasterd tot Gastel. Vermoedelijk is deze naam gegeven door kolonisten, uit Vlaanderen hierheen gebracht door de cisterciënzer monniken van St. Bernard voor de ontginning der gronden en het aanleggen van dijken.

In de zestiende eeuw werd in de nabijheid van Gastel, in de in 1551 aangelegde polder Heer Jansland, een nieuwe parochie gesticht, die Nieuw Gastel werd genoemd. In 1583 werd door toedoen van het Staatse leger de polder met het dorp onder water gezet om de oprukkende Spanjaarden tegen te houden. Pas negen jaar later werd de polder weer drooggelegd. Van het dorp, dat lag op het kruispunt Barlaqueseweg en Sint Antoinedijk, was weinig overgebleven en werd niet meer opgebouwd.
In 1810 werden Oud en Nieuw Gastel (met dit laatste dorp werd eigenlijk Heer Jansland bedoeld) samengevoegd tot één gemeente en werd Stampersgat ingelijfd. De bevolking van de gemeente hield zich vooral bezig met landbouw. Tot het midden van de negentiende eeuw werd er in het gebied veel meekrap geteeld, een plant waarvan de wortel een kostbare rode kleurstof opleverde. Na die tijd hebben verschillende suiker- en zuivelfabrieken zich in Oud en Nieuw Gastel gevestigd.
In 1276 is Gastel wel een zelfstandige parochie doch van een burgerlijk bestuur is nog niets merkbaar. Heer Arnold hield de bestuurlijke en rechterlijke zaken nog centraal voor zijn gebied. Dat er in 1296 echter wel een schepenbank bestond blijkt uit het toen gebruikte, in de archieven bewaarde, schepenzegel van Gastel.
Foto boven:Oorkonde Arnold van Leuven |
A
rnold van Leuven overleed in 1287 kinderloos en zijn bezittingen moesten worden verdeeld tussen twee erfgenamen. Dit waren zijn neven Raso van Gaveren, heer van Liedekerke, en Gerard van Wesemaal. Na langdurig overleg en zelfs door middel van arbitrage werd in 1290 een deel toegewezen aan Raso van Gaveren dat de (latere) Baronie van Breda omvatte. Het andere deel, genaamd "het Land van Bergen op Zoom", kwam aan Gerard van Wesemaal. Het noordelijk gebied, waar Gastel toe behoorde, bleef onverdeeld en was gezamenlijk bezit van beide heren.
Eerst in 1458 werd dit gemeenschappelijke land definitief verdeeld. Hierbij kreeg Jan II van Glymes, bijgenaamd "Jan metten Lippen", heer van Bergen op Zoom, de dorpen Hoeven, Oudenbosch en Gastel toegewezen. Van toen af aan behoorde Gastel bestuurlijk tot het Land van Bergen op Zoom, dat begin zestiende eeuw tot Markizaat werd verheven.
In de loop van de veertiende eeuw was het uitgestrekte Gastelse gebied aanmerkelijk kleiner geworden. Halderberge (Hoeven) werd in 1310 en Barlebos (Oudenbosch) op 20 juni 1358 een zelfstandige parochie. Beide werden afgescheiden van de moederparochie en ontwikkelden zich tot afzonderlijke dorpen.
| Foto rechts:Jan II van Glymes Jan Met den Lippen |
Vóór 1550 bestond het dorp uit de gronden die gelegen waren in het oudste en hoogst gelegen deel van Gastel. Het land werd tegen het water beschermd door de Oudendijk (thans nog zo genoemd). Het was een betrekkelijk lage dijk omdat de buitendijkse aanwassen bij normale waterstanden droog bleven.
Na vergeefs gedane pogingen door zijn vader Antonius van Glymes, heer van Bergen op Zoom, slaagde in 1550 Jan IV er in van Keizer Karel V toestemming te verkrijgen tot inpoldering van de het dorp Gastel omringende gorzen.
De dijk, lopende vanaf de Kapelberg langs Gastels Veer, Stampersgat naar de Schans, werd in 1551 aangelegd. De polder kreeg de naam "Heer Jansland". Langs de huidige Barlaakseweg ontstond een dorp dat Nieuw Gastel werd genoemd. Het bestaande oude dorp ging zich nu "Oud Gastel" noemen.

Nieuw Gastel werd reeds in 1551 een afzonderlijke parochie, bediend door een eigen pastoor. De markies van Bergen op Zoom benoemde in 1569 een polderbestuur voor het beheer van Heer Jansland. Later werd de administratieve taak van dit bestuur overgenomen door een schepenbank.
Vanaf het begin bestond er een absolute scheiding tussen de besturen van het oude en het nieuwe Gastel. Wel maakten de bestuurders van beide dorpen gebruik van het te Oud Gastel staande dorpshuis voor het houden van vergaderingen. Zij werden daarbij terzijde gestaan door een gemeenschappelijke secretaris.
| Foto links: Schepenzegel Gastel 1296 |
Het uitbreken van de Tachtigjarige Oorlog in 1568 bracht ook voor de beide Gastels de nodige rampspoed. Staatse troepen staken in 1583 nabij Nieuw Gastel de dijk door. De huizen en de kerk in het dorp gingen door overstroming verloren. Eerst in 1594 werd de dijk weer gesloten. Inmiddels was Nieuw Gastel geheel in verval geraakt en waren de bewoners naar elders vertrokken.
Ook Oud Gastel bleef niet gespaard voor plunderingen en brandstichtingen als gevolg van de oorlogshandelingen. Er heersten pestepidemieën waaraan een groot deel der bevolking bezweek. Bij de Vrede van Munster in 1648 kwam Oud en Nieuw Gastel als onderdeel van het Generaliteitsland Staats-Brabant onder het bestuur van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. Hiermede begon een lange periode van onderdrukking. Daaraan zou eerst het uitroepen van de Bataafse Republiek in de Franse tijd een einde maken.
Bij de Vrede van Munster was het Hertogdom Brabant in tweeën gesplitst. Noord-Brabant werd grensland en ging gebukt onder de gevolgen van de Republikeinse oorlogen. Toen de Fransen in 1747 Bergen op Zoom belegerden leed Gastel bijzonder zwaar onder de inkwartieringen en de verplichte leveringen van paarden, vee en fourage aan dat leger.
In het begin van 1793 rukten de Franse bevrijdingslegers, onder de leuze "vrijheid, gelijkheid en broederschap" ook Gastel binnen. Zij trokken zich om strategische redenen weldra terug om in 1794 voor de tweede maal, en nu definitief, het dorp te bezetten. Er kwam een totale omwenteling. Naar Frans model kwam er een door de Gastelaren zelf gekozen municipaliteit als dorpsbestuur. Als eerste burgemeester werd Thomas Franciscus de Bie in 1795 door de inwoners gekozen. Het oude regime had voorgoed afgedaan en van de uitzonderlijke positie van de markies van Bergen op Zoom bleef niets meer over.
| Foto rechts: kaart van Gastel |
De ontwikkeling van Oud en Nieuw Gastel na 1800 geschiedde gestaag en is niet spectaculair. Reeds eeuwen was het een agrarisch dorp en het zou in de toekomst ook zo blijven. In 1814 telde de bevolking 2.428 personen. Het grootste deel werkte in de landbouw.
Bij de invoering van de gemeentewet in 1851 werd het gemeentebestuur door de inwoners zelf gekozen. De gemeenteraad werd het hoogste bestuurscollege. Dit vergaderde vanaf 1858 in het nieuw gebouwde gemeentehuis nabij de kerk.

Tussen 1865 en 1873 kwamen de eerste suikerfabrieken binnen de gemeente in bedrijf. De meekrapteelt raakte in verval en daardoor verdwenen rond 1870 ook de bestaande meestoven in Gastel en Stampersgat. De Verenigde Coöp. Beetwortelsuikerfabriek te Dinteloord, thans Suiker Unie, is opgericht in 1908 en nog steeds in werking.
In de loop van 1890-1900 werden nog een zuivelfabriek en een sigarenkistjesfabriek opgericht. De zuivelfabriek ’Vacca’ vestigde zich in 1909 in de Steenstraat en deze fabriek produceert nog steeds melkproducten, thans onder directie van Menken Dairy Food welke inmiddels Campina heet.
De Zuid Nederl. Stoomtram Mij. opende in 1893 een tramweg van Steenbergen, langs Gastel, naar Oudenbosch. Aan deze Maatschappij is door de gemeente in 1898 concessie verleend van een tramverbinding van Roosendaal over Stampersgat naar Willemstad. Vanaf 1830 tot 1910 werd er jaarlijks een paarden en veemarkt gehouden. In 1968 is een weekmarkt ingesteld.
| Foto boven: Gastelse Suikerfabriek 1925 |
In juli 1914 brak de Eerste Wereldoorlog uit. Nederland ging over tot algemene mobilisatie. Voor de zuidelijke provincies werd de Staat van Oorlog afgekondigd. Voor de grensgemeenten met Duitsland en België volgde de Staat van Beleg. Oud en Nieuw Gastel verschafte aan honderden Belgische vluchtelingen onderdak en verzorging. De schaarste aan levensmiddelen maakte een aantal economische maatregelen noodzakelijk waaronder een goede distributieregeling.
Op 10 mei 1940 vielen de Duitsers ons land binnen. Ook Gastel bleef tijdens de Tweede Wereldoorlog niet gespaard. Er vonden beschietingen en bombardementen plaats. Op 30 oktober 1944 werd Oud Gastel door de Engelse troepen bevrijd. Enige dagen later werd Stampersgat bij de bevrijding zwaar getroffen. Tengevolge van de beschietingen werden veel huizen en boerderijen zwaar beschadigd en verloor menig burger het leven.
| Foto rechts:Engelse soldaten op Achterdijk |
De naoorlogse welvaart maakte van Oud en Nieuw Gastel een gemeente met twee levende dorpskernen met veel florerende verenigingen. Op 1 mei 2000 waren er 7146 inwoners. Oud en Nieuw Gastel breidt zich nog steeds uit. De plannen "Meireweikes" en "Kristalsingel Oost" zijn voltooid en de eerste woningen in het nieuwe bestemmingsplan "Blankershove" zijn gereed.
Naast de woningbouw zijn nog tal van andere voorzieningen tot stand gebracht. Diverse sportparken werden aangelegd en uitgebreid. Veel aandacht werd besteed aan de groenvoorziening. Oud en Nieuw Gastel is de recente economische tegenslag goed te boven gekomen. Kleine industrieën en een expeditieonderneming vestigden zich op het voorhanden zijnde industrieterrein. De economische groei gaat door; het nieuwe bedrijventerrein "Korenweide" is inmiddels vol.